Wat zoekt u?

← Terug naar Nieuws

Van marktwaarde naar beleidswaarde

16 januari 2026

Van marktwaarde naar beleidswaarde

Geplaatst op 16 januari 2026, door Dennis Pronk 

Een verkenning van waarde, kasstromen en de rol van de MJOB

Volgens de Dikke Van Dale is waarde “het bedrag dat iets bij verkoop of ruil kan opbrengen”. Helder, kort en in de corporatiesector vrijwel nooit van toepassing.
Corporaties verkopen wel degelijk, maar niet om waarde te realiseren in de betekenis die de Dikke Van Dale eraan geeft. Verkoop is vaak een strategisch instrument in de portefeuille. Ruilen gebeurt nauwelijks en huren liggen bewust onder de markt. Toch hebben we in de sector de afgelopen decennia een indrukwekkend arsenaal aan waardebegrippen opgebouwd. Boekwaarde, bedrijfswaarde, marktwaarde en beleidswaarde, inmiddels zelfs in meerdere smaken.

Voor de ervaren financial is dat een comfortabel landschap. Voor de rest van de organisatie is het vooral: kun je dat ook in normaal Nederlands uitleggen? Eén woning kan in hetzelfde jaar een marktwaarde, een beleidswaarde en ook nog een WOZ-waarde hebben, allemaal netjes onderbouwd en allemaal juist, maar bedoeld voor iets anders. Welke waarde is dan eigenlijk de juiste?
Die vraag is niet alleen theoretisch. Met de introductie van beleidswaarde 2.0 in 2024 en het feit dat deze vanaf verslagjaar 2026 de marktwaarde vervangt op de balans, is waarde opnieuw een onderwerp dat de hele organisatie raakt.

“De waarde van vastgoed is wat het oplevert.”

Dat klinkt overzichtelijk. Maar in de corporatiesector is dat opleveren in de afgelopen decennia telkens anders ingevuld. De manier waarop we naar waarde kijken, bewoog mee met beleid, toezicht en politieke golfslagen. Met beleidswaarde 2.0 lijkt de cirkel nu rond. We zijn weer terug bij kasstromen, al zijn ze dit keer verpakt in een rekenmodel met een vaste disconteringsvoet en een horizon van zestig jaar.
In deze verkenning blik ik terug op de opeenvolging van waardebegrippen, de keuzes die daaronder lagen en wat de nieuwe beleidswaarde nu eigenlijk van ons vraagt. Spoiler: vooral een goede MJOB.


Tot ongeveer 1995. Boekwaarde als bijzaak
In het tijdperk van subsidies, rijksleningen en het BBSH speelde vastgoedwaarde nauwelijks een rol. De boekwaarde liep terug door afschrijving, maar was geen stuurinformatie. De aandacht lag bij kasstromen, betaalbaarheid en volkshuisvestelijke inzet. Waarde was iets voor de accountant, niet voor de bestuurder.
Er werd gestuurd op doen. Bouwen, beheren, huisvesten. Niet op de vraag wat het bezit economisch waard was.
1995 tot 2015. Bedrijfswaarde en beleidsvrijheid
Met de introductie van de bedrijfswaarde kwam de kasstroom expliciet het rekenmodel binnen. Hoeveel ruimte houd je over uit je exploitatie na aftrek van onderhouds- en beheerkosten, rekening houdend met een beleidsmatige disconteringsvoet? Dat werd de basis voor investeringsbeslissingen.
De kracht van de bedrijfswaarde was dat zij beleidsvolgend was. Maatschappelijke keuzes werkten direct door in de waarde. De keerzijde was dat diezelfde beleidsruimte ook ruimte gaf voor interpretatie. Onderhoud iets zuiniger ramen, de disconteringsvoet iets lager of de exploitatieduur verlengen als het spannend werd. Met tien jaar extra exploitatie zag een project er ineens een stuk beter uit.
De uitkomsten werden steeds minder vergelijkbaar. Niet omdat het model niet deugde, maar omdat de aannames uiteenliepen. Toezicht werd complexer en de roep om uniformiteit nam toe.

2014 tot 2016. Marktwaarde, objectief maar ongemakkelijk
De marktwaarde in verhuurde staat moest die uniformiteit brengen. Eén waardebegrip, één systematiek, extern getaxeerd en toetsbaar. Corporaties werden op papier ineens een stuk rijker. Goed gelegen bezit steeg fors in waarde.
Tegelijkertijd begon het te wringen. Verduurzamingsinvesteringen hadden vaak nauwelijks effect op de marktwaarde. Ze kostten veel, maar leverden in de waardering weinig op. Markthuren en leegwaardes stegen hard, terwijl de exploitatiekasstromen achterbleven. Huren stegen, maar minder snel dan de markt. Onderhoudskosten namen juist stevig toe.
Op papier groeide het vermogen hard mee met de markt. In de praktijk bleef de exploitatie achter. De waarde zat in stenen die je niet verkoopt en in huren die je bewust onder de markt houdt. Een rijkdom die er wel is, maar die je als corporatie nooit echt kunt uitgeven.
De marktwaarde was objectief, maar zei vooral iets over wat het bezit waard zou zijn op de markt. Niet over wat een corporatie er daadwerkelijk mee kan.

2017 tot 2023. Beleidswaarde als correctie
De beleidswaarde werd geïntroduceerd als tegenwicht. De marktwaarde bleef het startpunt, maar werd via de beleidswaarde waterval gecorrigeerd voor beleid. Verkoop werd door exploiteren, markthuur werd streefhuur en onderhoud en beheer werden aangepast aan de eigen praktijk.
Het resultaat sloot beter aan bij de maatschappelijke werkelijkheid van corporaties. Maar het bleef een afgeleide. Marktparameters vormden nog steeds de basis, wat zorgde voor complexiteit, discussie en een gevoel van beperkte sturingsruimte.

Vanaf 2024. Beleidswaarde 2.0, kasstromen met spelregels
Beleidswaarde 2.0 werd in 2024 geïntroduceerd en markeert een fundamentele stap. Geen afgeleide meer van de marktwaarde, maar een eigenstandig kasstroommodel over zestig jaar. Geen markthuren of fictieve exitwaarden, maar beleidsconforme exploitatie met een sectorbrede disconteringsvoet. In 2025 is die voor DAEB bezit vastgesteld op 4,22 procent.
Vanaf verslagjaar 2026 vervangt deze beleidswaarde de marktwaarde op de balans. Daarmee wordt beleidswaarde niet alleen een sturingsinstrument, maar ook een expliciet verantwoordingsbegrip.
Het voelt vertrouwd, maar het doel is anders. Beleidswaarde is geen correctie meer, maar een instrument om de langetermijnhaalbaarheid van beleid zichtbaar te maken.
Dat roept vragen op. Is één disconteringsvoet voor heel Nederland realistisch? Heeft een sociale huurwoning in een krimpregio hetzelfde risicoprofiel als een woning in hartje Amsterdam? En wat betekent dit voor de vergelijkbaarheid tussen corporaties, bijvoorbeeld bij transacties? Het is goed voorstelbaar dat de marktwaarde daar alsnog als neutrale bovengrens blijft functioneren.

Wat vaststaat. De MJOB telt mee en hard ook
In beleidswaarde 2.0 is onderhoud geen bijzaak meer. Elke euro onderhoud die wordt opgenomen, werkt direct door in de kasstromen en dus in de waarde. De MJOB verandert daarmee van technische begroting in een waardebepalend document. Met impact op de jaarrekening, het toezicht en de investeringsruimte.
Tegelijkertijd is de opgave fors. Een MJOB voor zestig jaar vraagt om aannames die per definitie onzeker zijn. Als het al lastig is om onderhoud over drie jaar scherp te ramen, hoe realistisch is het dan om vervangingen in 2058 vast te leggen?

Conclusie. Logisch vertrekpunt, ongemakkelijke waarheid
Dat beleidswaarde gebaseerd wordt op werkelijke kasstromen is logisch. Het sluit aan bij hoe corporaties daadwerkelijk sturen, op exploitatie, investeringen en betaalbaarheid. Maar het vraagt ook om een forse professionaliseringsslag in onderhoud, data en onderbouwing.
Juist daar zit de spanning en de kans. De MJOB maakt het gesprek over waarde, beleid en investeringsruimte beter, maar kan het ook mooier maken dan het is. Minder onderhoud betekent een hogere beleidswaarde en meer investeringsruimte, althans op papier.
En precies daarom verdient de MJOB meer aandacht dan zij vaak krijgt. Niet als sluitpost, maar als expliciete drager van keuzes, aannames en ambities.

Volgende week: van sluitpost naar waardedrager.
Geen Excel grap, geen rekenbijlage, maar het fundament onder je beleidswaarde.

Vragen over dit artikel?

Neem contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek.

Neem contact op